Armeense Genocide Debat

juli 14, 2008

Intro; Hoe Begon de Armeense ‘Genocide’?

Ingedeeld onder: Uncategorized — Michael P.F. van der Galiën @ 12:19 am

Hoewel veel Nederlanders dit niet weten, hebben Armeense Christenen en Turkse Moslims honderden jaren in vrede met elkaar samengewoond. Het Ottomaanse Rijk was groot, erg groot. Het besloeg de gebieden die vandaag, o.a., de landen Syrië, Libanon, Egypte, Israel, Palestina, Turkije, Armenië, Bulgarije, Servie, Kroatië zijn. Logischerwijze betekent dit dat de Ottomaanse Sultans – die Moslims, maar niet per definitie ook Turk, waren – veel Christelijke onderdanen hadden. De Armeense Christenen, die Orthodox waren, werden toch als speciaal gezien; jarenlang waren zij het ‘loyale volk.’ Zij kregen deze bijnaam omdat zij de Sultan altijd steunden, en een leven binnen het Ottomaanse Rijk aan het opbouwen waren voor henzelf, en hun kinderen.

De twee groepen, Moslims en Armenen, leefden dus vele jaren in harmonie samen. De Armeense Christenen hadden, natuurlijk, reden om te klagen over dit of dat. Zij hadden bijvoorbeeld in den beginne weinig tot geen politieke macht. Hoewel de Ottomanen Christenen toestonden hun religie te belijden hoewel die religie anders was dan die van hen – wat ten tijde van de middeleeuwen niet gezegd kon worden van de Europese machten – geloofden zij vele eeuwen lang dat Christenen zich moesten schikken naar de wil van de Islamitische machthebbers. Zij mochten God vereren zoals zij wilden, maar zij waren niet in staat om de politiek van het rijk te beïnvloeden.

Gedurende de 19e eeuw veranderde dat echter. Het Ottomaanse Rijk was, vergeleken met de nieuwe supermachten van Europa, achtergebleven. Deze supermachten – Rusland, Frankrijk en Engeland met name – zetten zich in voor de Christenen die in het Ottomaanse Rijk leefden en dwongen de Ottomanen tot hervormingen.

De intellektuele leiders van de Ottomanen waren het eens met het Westen dat het rijk hervormingen nodig had. Velen waren behoorlijk, voor die tijd tenminste, democratisch gezind. Zij dwongen de sultan om het land te democratiseren. Langzaam maar zeker veranderde het rijk; Christenen, en met name Armenen, kregen meer politieke invloed. Voordien waren zij reeds de bovenklasse van het Ottomaanse Rijk doordat zij de handelaren, leraren, etc. waren, maar nu konden zij ook politici zijn.

Het Westen was echter niet blij met deze hervormingen. De reden was simpel; Europa wilde niet dat de hervormingen zouden slagen. Als ze zouden slagen zouden de Christenen deel blijven uitmaken van het Islamitische Rijk. Dit zou betekenen dat Frankrijk, Engeland en Rusland dit rijk niet zouden kunnen verdelen; het was immers het tijdperk van het imperialisme. De rijke Europese landen wilden de wereld veroveren; niet om de lokale bevolking te helpen, maar om hen uit te buiten.

Zodoende begonnen zij, vooral via missionarissen, de Christenen op te stoken tegen hun overheid. De Armenen bleken behoorlijk vatbaar te zijn voor de idee dat Christenen meer zijn dan Moslims, en begonnen langzaam maar zeker een eigen staat voor zich op te eisen.

Er was echter een probleem; er waren niet genoeg Armenen om zo’n staat af te dwingen. Zij vormden overal de minderheid. De oplossing voor het probleem was simpel; er moesten zoveel mogelijk Turkse Moslims worden vermoord of gedwongen worden te verhuizen van de gebieden die de Armeense leiders voor zich opeisten.

Maar hoe dat te doen? Als je met weinigen bent kun je niet een leger oprichten en de oorlog verklaren aan je vijand. Zodoende besloten de Armenen om terroristische organisaties op te richten. De organisaties hadden het doel om het Ottomaanse Rijk en lokale Moslims te provoceren door het vermoorden van onschuldige Turkse Moslims. Op het moment dat de Turken zouden reageren zouden de Armenen zich tegenover het Westen beklagen en dan zouden hun Christen-broeders hun wel even redden.

Al snel begonnen ze banken te overvallen, dorpen en steden te veroveren, en Moslims op een ongekende schaal te vermoorden.

Het plan werkte niet echt goed. De Armenen hoopten dat de Moslims wraak zouden nemen. Dit gebeurde echter niet; ja, de Turken vochten terug en de overheid zond troepen, maar niet genoeg om echt veel Armenen te vermoorden. Zij konden vervolgens wel bij het Westen aankloppen, maar het Westen was nog niet van plan om troepen te sturen omdat dat situatie niet kritiek genoeg was en, veel belangrijker, omdat een rechtstreekse aanval op dat moment niet in hun plannen paste.

Dit was rond 1890 – 1900.

De Armenen waren zich hier terdege van bewust. Hun meest belangrijke organisaties, de Hunchaks and Dashnaks, hadden dan ook resoluties aangenomen in welke zij stelden dat zij op een grootse schaal moesten rebelleren wanneer het Ottomaanse Rijk door het Westen, maar met name door Rusland, aangevallen zou worden. Dan zouden zij de troepen van de Ottomanen tegenhouden en van de Russen en anderen een eigen staat krijgen.

Zij wisten dat Rusland en de andere machten graag wilden aanvallen; ze moesten echter een goed excuus hebben. Hadden ze dat niet, dan zou het publiek thuis een oorlog niet accepteren.

En toen brak WO 1 uit. De Ottomanen – die in Europa vele gebieden verloren hadden in voorgaande jaren doordat Rusland en andere Christelijke landen Christelijke minderheden steunden – hadden in de gaten dat hun rijk langzaam vernietigd werd, en besloten met de Duitsers samen te werken. Dit was het excuus dat de ‘geallileerden’ nodig hadden. Zij verklaarden de oorlog aan het Ottomaanse Rijk en vielen aan.

Rusland nam logischerwijze de leiding. Het rijk van de Tsaar viel aan terwijl Armeniërs op grote schaal begonnen huis te houden. Zij veroverden steden en dorpen, zoals Van, waar zij de meest verschrikkelijke misdaden begingen. Zwangere vrouwen werden, nadat hun baby uit hun buik was gesneden en zij waren verkracht, vermoord door Armeense ‘vrijheidsstrijders’ gesteund door Rusland en het Westen. De Ottomanen verloren de oorlog tegen de Russen mede doordat de Armenen hen constant in de rug aanvielen. Ze wilden wel vechten tegen de Russen om zichzelf en hun rijk te beschermen, maar ze konden niet.

De Ottomaanse Overheid besloot op dat moment om de Armenen uit Anatolië te deporteren. De orders van de overheid geven duidelijk aan dat er geen plan was om de gedeporteerde Armenen te vermoorden; de Turken handelden niet uit haat, maar uit zelfverdediging. Er was geen intentie om een gehele groep uit te moorden, er was slechts de intentie om zichzelf te beschermen.

Tijdens de reis, echter, stierven vele Armenen door geweld, ziekte en honger. Deze doden worden door de Armenen en hun vrienden nu ‘genocide’ genoemd, maar zij vergeten vaak te vermelden dat de overheid geen intentie had om ze te vermoorden (een vereiste voor genocide) en dat de Armenen zelf druk bezig waren het land ethnisch te zuiveren van Moslims, die vervolgens – om zichzelf en hun families te beschermen – er voor kozen om de Armenen te deporteren naar een gebied waar zij geen kwaad meer konden uithalen.

Literatuur:

“The Ottoman Peoples and the End of Empire” door Justin McCarthy

“The Genocide of Truth” door Sükrü Server Aya

“World War One” door Norman Stone

Blog op Wordpress.com.